In de eerste vier levensjaren van een kind wordt de basis gelegd voor een eigen persoonlijkheid. Daarom is het belangrijk dat kinderen in deze periode voldoende geprikkeld worden. De natuurlijke behoefte, zelf dingen ontdekken, onderzoeken en proberen moet dus zoveel mogelijk worden gestimuleerd.

Ikke werkt volgens een pedagogisch beleid, gebaseerd op de ideeën van de kinderarts/professor Emmi Pikler en de filosoof Loris Malaguzzi. Emmi Pikler stond bekend om haar Lóczy-methode. Loris Malaguzzi ontwikkelde de Reggio Emilia benadering. Dit unieke beleid is uitgewerkt in een werkplan dat door alle medewerkers strikt wordt uitgevoerd. Op deze manier kunt u er zeker van zijn dat uw kind zich in haar of zijn eigen tempo optimaal kan ontwikkelen zonder zich daar daadwerkelijk van bewust te zijn.

De Lóczy methode hanteren wij bij onze baby's. Bewegingsvrijheid is hierbij een belangrijke voorwaarde. De jonge kinderen kunnen bij ons vrijuit bewegen: ze rollen, tijgeren en kruipen door de hele ruimte. Kinderen worden nooit in een houding gebracht waar hij/zij (nog) niet kan uitkomen. Boxen en wipstoeltjes gebruiken wij alleen waar nodig en voor korte duur.

Reggio Emilia ziet ieder kind als uniek. Kinderen zitten boordevol ideeën en fantasieën. Vaak worden deze onbewust beperkt door volwassenen. Tijdens activiteiten laten we de kinderen vrij, er worden geen eisen aan het eindresultaat van een werkstuk gesteld. Hierdoor zullen kinderen altijd een succeservaring beleven wat doorwerkt op hun zelfvertrouwen.
Ontwikkelingen van kinderen worden schriftelijk gedocumenteerd en vastgelegd op foto/filmmateriaal.

Het pedagogisch beleid is op al onze locaties in de grootste lijnen hetzelfde. Echter zien onze locaties er allemaal anders uit. Benieuwd naar deze verschillen en wilt u hier meer informatie over? Het pedagogisch beleid is op locatie in te zien of op te vragen bij de betreffende coördinator. 

Dagindeling 

Voor kinderen tot 12 maanden is de dagindeling afgestemd op het individuele ritme. Per kind worden eet- en slaaptijden van thuis aangehouden. Vanaf 10 maanden zijn de kinderen reeds gewend aan het ritme van de dag en gaat dan echt deel uitmaken van de groep. Vaste momenten zoals eten, slapen, spelen en naar buiten gaan, vinden dan zoveel mogelijk gezamenlijk plaats.

Groepsindeling 

Ikke heeft overwegend horizontale groepen. Locatie De Zonnebloem wijkt hier echter vanaf; deze heeft als enige een verticale indeling, waardoor er kinderen van twee maanden tot 4 jaar bij elkaar verblijven. Bij De Dennen en De Beuken verblijven kinderen in een horizontale groep met zoveel mogelijk leeftijdsgenootjes. Over het algemeen bestaan er drie verschillende leeftijdscatgorieën: een jongste groep met kinderen van plusminus 2 maanden tot 2 jaar; een peutergroep van 2 tot 4 jaar en tot slot, alleen bij locatie De Dennen, de peuter-plus groep (3 tot 4 jaar). Per locatie is de groepsindeling afhankelijk van de grootte van het dagverblijf en de leeftijd van de kinderen.

Doordat kinderen in deze groepen grotendeels in dezelfde leeftijdsfase zitten, kunnen het dagritme en verschilllende activiteiten hierop worden afgestemd. Dit maakt het mogelijk kinderen op een juiste manier en op het goede moment te begeleiden.

Gedurende een dag op de opvang is veel te zien en horen wat kinderen bezig houdt. Vaak is dit in een thema te plaatsen. Leidsters vergaderen over mogelijkheden om het thema dat leeft uit te diepen. De groep wordt naar het thema ingericht en aangepast met uitdagende materialen. Er worden prentenboeken gezocht die binnen het thema passen en er voor zowel binnen als buiten uiteenlopende activiteiten georganiseerd.

Tijdens deze activiteiten wordt er veel waarde gehecht aan de fantasie en kennis van kinderen. Zij bepalen wat ze willen creëren en er is een ruime keuze van materiaal. Een vast eindresultaat is er niet; dit wordt door het kind zelf bepaalt. Het is een echte ontdekkingstocht, waarin dus met name het proces centraal staat!

Verdieping in het thema wordt gestimuleerd door werkstukken te presenteren in de groep met een portretfoto van het kind. Zo leren kinderen naar elkaars werkstuk te kijken. Leidsters bieden structuur aan tijdens activiteiten, observeren ontwikkelingen van kinderen en leggen deze vast in documenten en op foto/filmmateriaal. Door kinderen vrij te laten tijdens activiteiten ontwikkelen zij sneller een eigen identiteit. Vrij laten betekent bij ons ook een eigen keuze hebben in het willen deelnemen aan activiteiten.